Dat elk land in de Europese Unie zijn eigen sociale stelsel heeft, is historisch te verklaren. Sociale stelsels zijn sociaal erfgoed. Vaak is er sprake van Europese waarden. Wat zijn dan die Europese sociale waarden? Eén Europese norm is in ieder geval heel helder geformuleerd: de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in het sociale domein. Deze norm is vastgelegd in het EU-verdrag en in een aantal dwingende richtlijnen.

Er bestaat géén Europees wettelijk minimumloon. De norm dat elk land een wettelijk minimumloon moet hebben, staat niet in het EU-verdrag of in het Europees Sociaal handvest. In Duitsland bestaat pas sedert 2014 een wettelijk minimumloon.

Dat de hoogte van het wettelijk minimumloon per land verschilt, is economisch te begrijpen. Als lidstaten een wettelijk minimumloon hanteren dan is de vraag: vanaf welke leeftijd heeft een werknemer recht op het volledig wettelijk minimumloon? Artikel 6 van Richtlijn 2000/78/EG (gelijke behandeling in arbeid en beroep) rechtvaardigt dat er loonverschillen zijn op grond van leeftijd.

Duitsland vindt dat een 18-jarige werknemer het volledige wettelijk minimumloon behoort te verdienen. Nederland en België vinden dat niet. Zij vinden dat jonge werknemers pas met 23 resp. 21 jaar economisch volwassen zijn*.

Een Nederlandse jongere van 18 jaar verdient voor 38 uur werken € 667 netto per maand. Een Duitse resp. Belgische jongere van 18 jaar verdient netto € 1.063 resp. € 1.269 per maand. Bij deze berekening is rekening gehouden met het vakantiegeld en de ziektekostenpremie. Oftewel, in Nederland is sprake van loondumping bij jongeren.

In bovenstaande vergelijking gaat het om drie landen die behoren tot de ’founding fathers’ van de Europese Unie. Sinds de oprichting van de Europese Unie is er nauwelijks sprake van convergentie in sociaal denken. De verklaring van de grote verschillen in jeugdlonen is dat het Belgisch en Duitse model van arbeidsverhoudingen kenmerkend zijn voor het zgn. Rijnlandmodel. In het Rijnlandmodel wordt (loon)arbeid meer gewaardeerd dan het in Nederland ’aanbeden’ Angelsaksische model. Ook de sociale bescherming is in België en Duitsland gerelateerd aan (loon)arbeid (Bismarck-model). In Nederland is dit nauwelijks het geval. Iedereen is verzekerd op basis van wonen (Beveridge-model). De sociale verschillen tussen Nederland en zijn beide buurlanden zijn groter dan men denkt. Nederland is een land van dominees, kooplieden en ondernemers. Loonarbeid is in Nederland afgewaardeerd tot flexwerken en uitzendarbeid.

*Met 23 jaar is het verschil in netto loon minimaal. http://ec.europa.eu/eurostat/en/web/labour-market/earnings/main-tables

 

Ger EssersOver de auteur

Ger Essers is bestuurslid van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft zu Aachen (www.dng-aachen.eu). Contact: ger.essers@dng-aachen.eu