De Nederlands-Duitse grens zal als taal- en staatsgrens altijd blijven bestaan. Ideeën over werken, wonen, ondernemen zonder grenzen zijn utopisch. Volhouden dat er open binnengrenzen zijn, is volksverlakkerij. We zullen de grensverschillen creatief en slim moeten benutten en overbruggen. Grenzen zijn vaak valkuilen, die men kan doorbreken door grenzeloos samen te werken. Daarom moeten de grensburgers de binnengrenzen zelf besturen, managen en beheren. De buitengrenzen van de Europese Unie zijn in 2014 verlegd en krijgen op het ogenblik alle aandacht. Deze ontwikkelingen hebben echter geleid tot het verwaarlozen van de binnengrenzen en van de burgers die langs deze binnengrenzen wonen.

De meeste Nederlands-Duitse Euregio’s functioneren goed. De huidige Euregio’s kunnen echter efficiënter en democratischer georganiseerd worden. In plaats van vijf Euregio’s langs de Nederlands-Duitse grens kan er worden volstaan met drie Euregio’s: een Euregio tussen Noord-Nederland en Nedersaksen, een Euregio tussen Overijssel-Gelderland & Noordrijn-Westfalen en een Euregio tussen Limburg & Noordrijn-Westfalen. Naast deze geografische schaalvergroting zal er ook een democratische verdieping moeten plaatsvinden. Er is op het ogenblik sprake van een democratisch tekort.

De nieuwe Euregio’s dienen democratischer georganiseerd te worden. De vorming van een Euregioparlement bestaande uit direct gekozen burgers aan beide kanten van de grens is noodzakelijk. Euregiodemocratie statt Euregiocratie. De vraag is: hoe dit alles te organiseren?

Dit kan bijvoorbeeld door de Euregioparlementen – bestaande uit burgers van de grensregio – te laten kiezen op de dag dat de verkiezingen voor het Europees parlement plaatsvinden. De kandidaten voor het Euregioparlement worden voorgedragen door de politieke partijen. Het gekozen grensparlement kiest een voorzittersduo, dat samen met de vertegenwoordigers van Nederlandse en Duitse gemeenten, provincies, Kreisen, de IHK/KvK enz. het dagelijks bestuur van de Euregio vormt. De Euregioparlementen eisen ook een zetel in het EU-Comité voor de Regio’s. Als denktank kan ITEM – het expertisecentrum voor Internationale, Transnationale en Euregionale Mobiliteits- en Grensoverschrijdende vraagstukken – van de Universiteit Maastricht functioneren.

Een Euregioparlement zonder budgetrecht is géén parlement. Daarom moet de € 440 miljoen die nu geïnvesteerd wordt in de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen c.q. Nedersaksen – het EU-subsidieprogramma INTERREG V-A – onder controle komen van de Euregioparlementen. De huidige wijze waarop INTERREG is georganiseerd, is zeer techno- en bureaucratisch.

De democratisering van de grenzen zal er toe moeten leiden dat:

  • het grensoverschrijdend openbaar vervoer veel beter wordt;
  • de grensburgers hun buurtaal (weer) gaan leren;
  • de media (kranten, euregionale omroepen) grensoverschrijdend gaan samenwerken;
  • de huidige grensinfopunten versterkt worden;
  • er arbeidsbureaus en ondernemersloketten langs de grens komen;
  • er Euregionale museumkaarten, orkesten, culturele verenigingen komen;
  • de gemeenten grensoverschrijdend gaan samenwerken (partnergemeenten);
  • scholen o.a. ter versterking van het onderwijs in de buurtaal structureel gaan samenwerken;
  • er grenseffectrapportages worden uitgevoerd.

De grensparlementen hebben bovendien tot effect dat het Europees burgerschap in de grensregio’s wordt verdiept en het Euregionaal burgerschap voorkomt nationalisme. Euregianer beide landen verenigt u in een grensparlement!

 

Ger EssersOver de auteur

Ger Essers is bestuurslid van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft zu Aachen (DNG). Contact: ger.essers@dng-aachen.eu