Steeds meer Duitsers kunnen Engels verstaan en spreken, maar deze verworvenheid is niet zo vanzelfsprekend als in het Nederlandse zakenleven. Menig Duitser slaakt een zucht van verlichting wanneer blijkt dat zijn Nederlandse gesprekspartner redelijk Duits spreekt. Ook wanneer dat Duits te wensen overlaat, geeft de Duitse zakenpartner graag een compliment (“Sie sprechen so gut Deutsch”), omdat zijn Engels vaak nog slechter is.

Hoe komt het dat Duitsers minder goed Engels spreken, terwijl het op school gewoon in het lesprogramma is opgenomen? Ten eerste worden buitenlandse films op de Duitse tv nagesynchroniseerd. In Nederland en in bijna alle kleinere taalgebieden werken we met ondertiteling. Veel Duitsers vinden dit een verminking van het filmbeeld. In Duitsland (en ook in andere grote landen zoals Frankrijk, Spanje, Rusland) worden de gesproken teksten van de acteurs nagesynchroniseerd. Wij Nederlanders vinden dat weer verschrikkelijk en maken daar grapjes over, meestal verbonden met John Wayne: “Hé Boy hol mir mal den Whisky”. Het is maar wat je gewend bent. Belangrijk hier is dat de meeste Duitse filmkijkers geen andere taal horen dan hun eigen. Daar hebben de Nederlanders een voorsprong.

Daarnaast komt er nog een cultuurverschil om de hoek kijken. Nederlanders vinden het leuk om de woorden en zinnen die ze in een andere taal kennen te bezigen. Ken je 30 woorden en 10 zinnen in het Duits dan kun je je al aardig redden, of zoals Herman Finkers zei: ”Ik spreek überhaupt maar 1 woord Duits”. Bovendien wordt het in Nederland als beleefd aangezien om een buitenlander zo veel mogelijk in zijn eigen taal te woord te staan: dit getuigt van een dienstverlenende instelling. Een Duitse toerist die bij de Nederlandse bakker komt en een brood bestelt in zijn beste Nederlands, krijgt hoogstwaarschijnlijk van de Nederlandse bakker een (steenkolen)Duits antwoord. De bakker vindt dit beleefd en klantvriendelijk, maar de Duitse toerist denkt dat zijn Nederlands ontoereikend was.

In het zakenleven speelt nog een extra aspect en dat is de Duitse hang naar zekerheid en perfectionisme. Als je iets doet, dan moet je het ook goed doen. Of ‘Nur das Beste ist gut genug’, zoals het motto luidt bij veel Duitsers. Een Duitse Geschäftsführer die zijn bedrijf perfect wil vertegenwoordigen, spreekt liever alleen Duits als hij een buitenlandse taal niet tot in de puntjes beheerst. Zelf heb ik dit aan den lijve ondervonden toen ik nog bij het Centrum voor Duitsland-Studies werkte. Dit Centrum had een nauwe band met het Zentrum für Niederlande-Studien. Hun Duitse studenten kwamen een jaar bij ons studeren en die van ons gingen een jaar daar naartoe. De eerste maanden waren de Duitse studenten relatief stil en spraken ze weinig Nederlands. Na een aantal maanden oefenen in het lab en onder elkaar spraken ze zodanig perfect Nederlands, dat Prins Bernhard er nog een puntje aan had kunnen zuigen.

Bovendien weegt een Duitser altijd nauwkeurig de voors en tegens tegen elkaar af. Voorbeeld: Een Duitser sluit een contract af met een Nederlandse toeleverancier. De Nederlander levert een belangrijke module voor zijn machines. De Duitser vraagt zich dan bijvoorbeeld af: “Spreken de monteurs van de Nederlandse toeleverancier wel Duits? Zo niet, hoe moet dat dan wanneer er iets mis gaat, want mijn mensen spreken niet zo goed Engels.” Spreek je als Nederlandse zakenman of –vrouw dus behoorlijk Duits, dan voelt de Duitse zakenman/-vrouw zich zekerder en meer op zijn gemak. Hierdoor is de kans groter dat je de opdracht mee naar huis neemt. Investeren in je kennis en kunde van het zakelijk Duits loont en zorgt voor meer opdrachten en een soepelere samenwerking met je Duitse zakenpartner.

Over de auteur

John Mazeland is directeur van de Business Alliance Nederland Duitsland (BAND) in Nijmegen. Hij organiseert zakelijke cursussen en workshops over Duits-Nederlandse samenwerking. In september 2017 start de cursus ‘Zakelijk Duits’.