De Raad van Europa heeft medio 2016 ingestemd met nieuwe regels voor het internationaal huwelijks vermogensrecht. Het doel is internationale paren in Europa meer zekerheid te bieden voor wat betreft de financiële gevolgen van hun huwelijk. Deze nieuwe regeling sluit mooi aan op de Europese Erfrechtverordening die 17 augustus 2015 in werking is getreden. Notaris Cees Doppenberg van Van Weeghel Doppenberg Kamps Notarissen legt uit welke gevolgen deze nieuwe regels hebben voor internationale paren.

Er leven 16 miljoen internationale paren in de EU, waaronder Duits/Nederlandse. Er zijn Duitse paren die in Nederland wonen en Nederlandse paren die in Duitsland wonen en gemengde situaties. Het huwelijksrecht is in alle Europese landen verschillend geregeld. Welk recht geldt? De gerechtelijke procedures die daarover moeten worden gevoerd kosten jaarlijks zo’n 1 miljard euro. De nieuwe verordeningen moeten daar paal en perk aan gaan stellen en voor meer rechtszekerheid gaan zorgen.

Wanneer gaat de verordening in?

Op 29 januari 2019 gaan de nieuwe Europese Verordeningen over het huwelijk en het geregistreerd partnerschap in werking treden en geldt dan voor alle huwelijken die op of na die datum worden gesloten. Dit geldt zowel voor Duitsland en Nederland en vrijwel alle EU lidstaten.

Waar gaat de verordening over?

De verordening gaat enkel en alleen om de regels van bevoegdheid van de rechter, toepasselijk recht op het huwelijk en geregistreerd partnerschap en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en akten in internationale situaties in het huwelijk en het geregistreerd partnerschap.

Waar gaat de verordening niet over?

De verordening gaat niet over het huwelijksstelsel. Wanneer er een internationaal huwelijk wordt gesloten en er zijn geen huwelijksvoorwaarden gemaakt dan geldt wanneer het Duitse recht van toepassing is de “Zugewinngemeinschaft” en wanneer Nederlands recht van toepassing is de (vanaf 1 januari 2018 beperkte) “gemeenschap van goederen”. De verordening gaat, evenmin als de Europese Erfrechtverordening, niet over het toepasselijk belastingrecht. Het belastingrecht kent zijn eigen internationale regels.

Hoe wordt de verordening toegepast?

De verordening wijst het recht aan dat moet worden toegepast, ook al is dit het recht van een land buiten de EU. Dus trouwt een Duitse man een Japanse vrouw dan wordt het toepasselijk recht aan de hand van de verordening vastgesteld.

BEVOEGDHEID

Bevoegd is de rechter van de laatste woonplaats van de gehuwden, c.q. geregistreerde partners. Deze regel sluit aan bij de Erfrechtverordening en dat is ook logisch omdat pas na verdeling van het huwelijksvermogen kan worden vastgesteld wat de omvang van de nalatenschap is.

Echtscheiding

De bevoegdheid van de echtscheidingsrechter moet worden overeengekomen door de echtgenoten, c.q. partners in een schriftelijk stuk dat voorafgaand aan de procedure is vastgelegd, dat is gedateerd en door beide partijen is ondertekend.

TOEPASSELIJK RECHT

Het toepasselijk recht omvat het gehele vermogen van de partners, waar in de wereld het ook is gelegen.

Uitgangspunt is: u heeft de keuze.

De verordening geeft de mogelijkheid om hier in een akte een keuze te maken. Onderscheid wordt gemaakt in de keuze die gemaakt wordt voor het huwelijk en die erna. De keuze is beperkt wanneer de keuze voor de huwelijkssluiting wordt gemaakt:
a. het recht van het land van de gemeenschappelijke verblijfplaats, of
b. het recht van het land van de gewone verblijfplaats van één van de partners op het moment van het uitbrengen van de keuze, of
c. het recht van het land waarvan één van de echtgenoten de nationaliteit bezit op het moment dat de keuze wordt gemaakt. De Europese gedachte die hierin schuilt, is dat de nationaliteit een minder belangrijke rol speelt dan de woonplaats.

Tijdens het huwelijk is het altijd toegestaan het toepasselijk recht te wijzigen. De keuze is dan beperkt tot:
a. het recht van het land van de gewone verblijfplaats van één van de partners op het moment van het maken van de keuze, of
b. het recht van het land waarvan één van de echtgenoten de nationaliteit bezit op het moment dat de keuze wordt gemaakt.

In het laatste geval heeft de wijziging van de keuze alleen betrekking op de toekomst. U kunt echter overeenkomen dat de keuze terugwerkt tot het begin van het huwelijk. Dat laatste is aan te bevelen omdat er anders onduidelijkheid kan ontstaan. Er zou dan bijvoorbeeld in een Duits/Nederlands wisseling 10 jaar gemeenschap van goederen kunnen bestaan en daarna de Zugewinngemeinschaft. Werk dat maar eens uit bij een echtscheiding of een overlijden. Problemen moeten worden voorkomen.

De rechtskeuze moet worden uitgebracht in een akte van huwelijksvoorwaarden in de vorm die het land waarin de rechtskeuze wordt uitgebracht. Voor Duitsland en Nederland geldt hiervoor de notariële akte. Ook moet gelet worden op de correcte registratie van deze huwelijksvoorwaarden in de betreffende registers.

Wat als er geen rechtskeuze is uitgebracht?
Van toepassing is dan het recht van het land:
a. van de eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van de toekomstige echtgenoten of bij gebreken daarvan;
b.  waarvan beide echtgenoten op het ogenblik van de sluiting van het huwelijk de nationaliteit bezitten, of bij gebreken daarvan;
c. waarmee de echtgenoten samen de nauwste banden hebben op het ogenblik van het sluiten van het huwelijk, waarbij rekening wordt gehouden met alle omstandigheden en met name de plaats van het sluiten van het huwelijk

Wanneer deze regels u niet passen of wanneer er onduidelijkheid is over het toepasselijk recht op uw huwelijk dan raad ik u aan in huwelijksvoorwaarden een rechtskeuze te maken. Dat schept duidelijkheid en voorkomt problemen in de toekomst.

ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING

Beslissingen in de ene lidstaat van de EU worden automatisch erkend door de andere lidstaten. Daar hoeven geen procedures meer over te worden gevoerd. De genomen beslissingen kunnen in elke lidstaat ten uitvoering worden gelegd. Notariële akten en beslissingen van rechters worden in alle lidstaten erkend als bewijs.

CONCLUSIE

De belangrijkste wijzigingen waarmee we rekening moeten houden is dat geen rechtskeuze meer mogelijk is voor het recht van het land waar het onroerend goed van partijen is gelegen. Is er geen rechtskeuze gemaakt, dan geldt in de eerste plaats het recht van het land van de eerste huwelijksdomicilie (dus voor Nederlanders en Duitsers geldt niet meer primair het nationale recht) en bij gebreke hiervan het nationale recht dan wel het nauwst verbonden recht. Ook komt de automatische wijziging van het toepasselijk recht na 10 jaar niet meer terug. Een nieuwigheid is dat in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een van de echtgenoten de aanknoping aan de eerste gewone verblijfplaats kan worden vervangen door de aanknoping aan de laatste gewone verblijfplaats, indien zij daar langer hebben gewoond en zij zijn uitgegaan van dit recht en hun vermogensrechtelijke verhoudingen op dit recht hebben gebaseerd. Hoe deze verrassing in de praktijk zal uitpakken, is nog af te wachten.