Opdrachten en klanten vallen weg, producten zijn niet langer rendabel: bedrijven kunnen om uiteenlopende redenen in financiële moeilijkheden komen. In het ergste geval dreigt een faillissement. Juist bij grensoverschrijdende producten en opdrachten kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Daarbij hoeft een faillissement niet het einde te betekenen. Bij sanering onder insolventiebescherming houdt de ondernemer het spreekwoordelijke heft in eigen hand – en vergroot de kansen op een succesvolle sanering. In gesprek met AHA24x7.com vertelt Dr. Utz Brömmekamp van het Düsseldorfer kantoor Buchalik Brömmekamp hoe de nog relatief onbekende procedure werkt, waar Nederlandse bedrijven op moeten letten en hoe ze kunnen profiteren van een dergelijke aanpak.

Sanering onder insolventiebescherming: wat betekent dit precies?

Utz Brömmekamp_web_bunt

Dr. Utz Brömmekamp

Bij een ‘sanering onder insolventiebescherming’ (in het Duits ‘ESUG-Verfahren’) staat het behoud van het eigen bedrijf voor de ondernemer centraal. In het kader van een ingrijpende sanering worden de juridische randvoorwaarden van de insolventieverordening gebruikt, om het roer volledig om te gooien. Het grote voordeel daarvan: de ondernemer behoudt zijn directeursbevoegdheden en kan de sanering onder insolventiebescherming zelfstandig met behulp van een adviseur sturen. Daarbij wordt hij alleen gecontroleerd door een zaakwaarnemer die erop let, dat er geen vermogensverschuivingen ten nadele van de schuldeisers plaatsvinden. De door de ondernemer ontwikkelde saneringsmaatregelen worden vervolgens in overleg met de schuldeisers in praktijk gebracht. Door de ‘zegeningen van insolventie’, waartoe met name kortere opzegtermijnen bij een langlopend contract tussen schuldeiser en schuldenaar, gunstigere sociale plannen bij personele aanpassingen en de kwijtschelding van pensioenlasten behoren, kan de ondernemer onrendabele langetermijncontracten opzeggen. Omdat de dienst voor de arbeidsvoorziening gedurende drie maanden de personeelskosten dekt en het bedrijf in eerste instantie geen sociale en pensioenlasten betaalt, wordt zoveel liquiditeit bereikt dat er in de regel geen extra financiële hulpmiddelen meer nodig zijn. Ook is de balans van het bedrijf na ca. vijf tot acht maanden financieel gesaneerd en kan de ondernemer dankzij een beter eigen kapitaal in de markt actief blijven.

Kunnen ook Nederlandse bedrijven met een Duitse dochter, vestiging of vertegenwoordiging gebruik maken van deze mogelijkheid?

Bij een juridisch zelfstandige dochtermaatschappij is dit zeker mogelijk. Want het betreft in dit geval een in Duitsland gevestigd bedrijf waarop het Duitse recht van toepassing is. Het risico dat de tegenvallende resultaten gezien de aansprakelijkheid in het vennootschapsrecht ook hun weerslag hebben op de moederonderneming, mag echter niet worden onderschat. Daarom moet elk geval apart worden bekeken. Tijdig en gedegen advies van een expert is daarbij onontbeerlijk.

Waaruit kan deze ondersteuning bestaan?

Na een eerste gesprek waarin de ondernemer in het kort een overzicht van zijn bedrijf geeft, wordt eerst een zogeheten ‘insolventiestatus’ opgesteld om te controleren of er al een faillissementsverplichting bestaat en er in dit geval snel moet worden gehandeld. Vervolgens wordt in het geval van een buitenlandse moeder- / Duitse dochtermaatschappij de juridische aansprakelijkheid in kaart gebracht, om bijvoorbeeld bij een ‘ESUG-Verfahren’ een weerslag op het moederbedrijf te vermijden. Onze experts, die beschikken over uitgebreide expertise op het gebied van insolventie- en saneringsrecht, ontwikkelen complete en duurzame oplossingen die juridisch, bedrijfs- en financieel-economisch op elkaar zijn afgestemd. Daarna worden deze, toegespitst per geval, in het herstructurerings- en saneringsproject in de praktijk gebracht.

Hoe zit het met Nederlandse bedrijven, waarvan de Duitse klanten of leveranciers in moeilijkheden zijn geraakt? Kunt u in opdracht van de Nederlandse schuldeiser optreden?

Wij merken dat Nederlandse ondernemers, door gebrek aan kennis van het Duitse burgerlijk recht en met name het insolventierecht, hun claims ten opzichte van in moeilijkheden geraakte Duitse zakenpartners vaak al intrekken, voordat ze de überhaupt gecontroleerd of geprobeerd hebben of de vordering inbaar is. Dit is volgens ons een verkeerde reactie, want in de meeste gevallen is het zinvol om zich niet door de financiële crisis bij de Duitse partner te laten afschrikken. Naast het geven van ‘klassiek saneringsadvies’ begeleiden wij ook Nederlandse bedrijven bij de afhandeling van hun vorderingen tegenover Duitse klanten, leveranciers en andere stakeholders, die in een financiële crisis verkeren en waarbij een gedegen kennis van het Duitse insolventierecht vereist is.

Bestaan er in Nederland soortgelijke procedures als de ESUG-procedure?

Nederlandse bedrijven kunnen in het geval van dreiging van een faillissement terugvallen op twee maatregelen: de zogenaamde ‘schuldsanering‘ en het ‘vergelijk‘.

Waarin verschillen deze van de Duitse situatie?

Een bedrijf komt alleen voor schuldsanering in aanmerking als er geen zicht is op een terugbetaling en het feitelijk gaat om ‘onaflosbare’ schulden. Op dit punt verschilt de procedure dus al flink van de Duitse ‘Sanierung unter Insolvenzschutz’, die een dergelijke beperking niet kent. Het Nederlandse ‘vergelijk’ heeft wel een aantal overeenkomsten met het Duitse ‘ESUG-Verfahren’. Het bevoegde Nederlandse kantongerecht benoemd echter een zogeheten curator, die zich vervolgens samen met de schuldenaar wijdt aan het beheer van de schulden. De curator kan dus over het vermogen beschikken en lijkt meer op een faillissementsbeheerder dan op een zaakwaarnemer, die in het kader van een ESUG-Verfahren enkel een bewakende rol heeft.

Dit was het eerste deel van het interview met Dr. Brömmekamp. Volgende week donderdag verschijnt deel twee op AHA24x7.com.