Het Nederlands-Duitse grensgebied biedt vele mogelijkheden, doordat er twee systemen en landen aan elkaar grenzen. De gegadigden in dat gebied kunnen van beide walletjes snoepen, mits ze daartoe in staat zijn. Degenen die snappen hoe het land en het systeem werkt, kunnen van de mogelijkheden in een omtrek van 360 graden gebruik maken. Degenen die dat niet begrijpen, staan slechts 180 graden van de cirkel tot hun beschikking. Dit staat ook wel bekend als het ‘halvemaan-syndroom’ (Van Houtum et al. 2010, 2). Zelfs in de betrekkingen tussen Duitse en Nederlandse hogescholen kan dit een struikelblok zijn, omdat de verschillen een obstakel kunnen vormen en er sprake kan zijn van concurrentie. Voordat je aan samenwerken begint, moet je weten waar je aan toe bent en hoe je dit het beste kunt aanpakken.

Vorig jaar maart startte ik met het schrijven van mijn masterscriptie, dit deed ik in samenwerking met het Rijnland Instituut. Het Rijnland Instituut is een kennisinstituut voor Duits-Nederlandse betrekkingen en houdt zich o.a. bezig met de grensoverschrijdende betrekkingen tussen hogescholen. In het werkveld stuit het Rijnland Instituut meermaals op dezelfde kwestie: hoe graag men ook wil, samenwerking komt niet altijd even gemakkelijk tot stand en als het dan lukt, houdt het niet zomaar stand. In mijn scriptie heb ik me dan ook beziggehouden met de volgende vraag: hoe kunnen Duitse en Nederlandse hogescholen duurzaam met elkaar samenwerken?

Es ist noch Luft nach oben

Nu kun je denken: als de samenwerking telkens mislukt, is het blijkbaar niet nodig. Maar grensoverschrijdende samenwerking tussen hogescholen is wel degelijk van belang. Het biedt hogescholen aan de grens veel mogelijkheden, bijvoorbeeld om hun reikwijdte in het omliggende gebied te vergroten. Dit is een verrijking, de wereld stopt tenslotte niet aan de grens. Grensnabijheid biedt zowel voor- als nadelen, maar niet samenwerken lijkt een gemiste kans, juist omdat het zo dichtbij en vooral voor de hand ligt. Vaak houden beide regio’s zich bijvoorbeeld met dezelfde thematiek bezig of zijn ze complementair aan elkaar – samenwerking over de grens biedt dan mogelijkheden tot wederzijdse versterking van de concurrentiepositie en de regionale economische ontwikkeling.

Uit de bronnen blijkt dat de samenwerking tussen Duitse en Nederlandse hogescholen nog in de kinderschoenen staat, het is nog beperkt en vooral persoonsgebonden. Het wegvallen van een sleutelpersoon, om welke reden dan ook, betekent vaak ook dat de samenwerking weer vanaf begin af aan moet worden opgezet. Maar dit hoeft natuurlijk niet zo te zijn, er is nog ruimte voor verbetering: door middel van een meer gestructureerde aanpak en het inbedden van samenwerking in de betrokken organisaties kan er een functionerend netwerk worden opgebouwd. Hierdoor zou het contact gemakkelijker structureel kunnen plaatsvinden, kan vertrouwen tussen betrokkenen groeien en is de samenwerking simpelweg niet meer zo kwetsbaar.

Rücksicht nehmen auf….

Natuurlijk zijn er, naast de algemeen bekende taal- en cultuurverschillen, belangrijke aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij grensoverschrijdende samenwerking. Samenwerken aan één zijde van de grens is al niet altijd gemakkelijk, laat staan het samenwerken over die grens. Het slagen of mislukken van de samenwerking hangt af van vertrouwen, loyaliteit, het investeren in relaties en ook begrip voor elkaar. Het hebben van competent en gemotiveerd personeel dat tijd in het opbouwen van een relatie kan steken, maakt hierbij het grote verschil. Grensoverschrijdend samenwerken is tenslotte mensenwerk. Er moet ook rekening worden gehouden met de belangen op lange termijn, zodat beide zijden weten waar ze aan toe zijn. Dit draagt bij aan het behouden van een duurzame samenwerking en duurzaam contact.

De systemen, de vormen van onderwijs en ook de statussen van instellingen binnen het Duitse en Nederlandse hoger onderwijs zijn verschillend, ondanks de pogingen om te harmoniseren in de Bolognaverklaring. De twee kunnen dan ook niet zonder meer aan elkaar aangesloten worden. Vaak kunnen problemen die hierdoor ontstaan alleen maar op nationaal niveau worden opgelost en moet er op regionaal niveau met behulp van maatwerk een oplossing worden gezocht. Maatwerk is sowieso een sleutelwoord in de samenwerking, er is geen sprake van een pasklare methode die toepasbaar is in elke situatie. Er moet bij iedere vorm van samenwerking sprake zijn van meerwaarde voor beide zijden.

Grensoverschrijdend samenwerken is win-win

Het grensoverschrijdend samenwerken tussen hogescholen is in het beste geval een win-win-scenario. Alleen dan steken beide zijden er de moeite in die een dergelijke samenwerking verdient en duurzaam maakt.

 

Annick Bakker is projectmedewerker bij het Rijnland Instituut en Lecturer German aan NHL Stenden.

 

 

 

 

X