In zowel Nederland als Duitsland is er sprake van een prangend lerarentekort en dat zal in ieder geval tot 2025 blijven oplopen. Een blik in de media van beide landen laat zien dat het tekort vaak voorpaginanieuws is. Niet zo gek, want aan het tekort zijn grote maatschappelijke gevolgen verbonden. Het onderwijs van de huidige en komende generatie Duitse en Nederlandse scholieren lijdt eronder. Een blog van Annick Bakker van het Rijnland Instituut.

Niet iedereen wordt zomaar leraar

De Volkskrant kopt in augustus 2018 met de woorden van Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media: “We gaan echt niet iedereen zomaar voor de klas zetten”. Ook in Duitsland wordt het gebruik van “Quereinsteiger” als allerlaatste redmiddel gezien. Toch is het tekort zo nijpend geworden dat er reikhalzend naar oplossingen uitgekeken wordt en ondertussen moeten zij-instromers, gepensioneerden en ouders – ja, ieder die wil, want wie is zo gek? – het gat dichten. En dit kan zelfs zonder de juiste bevoegdheden. Inboeten op de kwaliteit van het nationale onderwijs lijkt de enige oplossing.

Niveau

Juist in tijden van zulke tekorten is het een tegendraadse ontwikkeling dat het beroep leraar niet op niveau gerespecteerd wordt. De invloed die de ouders proberen te hebben op de schoolcarrière van hun kroost speelt het respect parten, terwijl er toch vanuit kan worden gegaan dat de leraar – tenslotte een professional – het beste met zijn leerlingen voorheeft. Het opleiden en vaak opvoeden van onze jeugd is een heel nobele taak die veel respect verdient. We zouden moeten juichen voor iedere student die ervoor kiest!

Uit onderzoek van de Varkey Foundation blijkt echter dat de status van leraren in Nederland en Duitsland in vergelijking tot de rest van de wereld in 2018 onder het gemiddelde ligt. Daar zijn vermoedelijk verschillende redenen voor, zoals bijvoorbeeld het relatief lage salaris, de feminisering, lange werkdagen en de vergrijzing van de sector. Het onrealistische maatschappelijke beeld in beide landen van luie leraren die iedere vakantie meepakken en ‘s middags al vrij zijn helpt natuurlijk ook niet.

Imago en status van de leraar

Imago en status zijn belangrijke factoren om het beroep aantrekkelijker te maken voor jongeren. Om dit te doen, zal er sprake moeten zijn van investeringen in de status van het leraarschap. De lerarenprotesten gaan niet voor niets over werkdruk; deze zal omlaag moeten en het salaris zal omhoog moeten. Er moeten meer doorgroei- en professionaliseringsmogelijkheden worden gecreëerd. Natuurlijk is een goede marketingcampagne om het imago te vergroten ook niet verkeerd.

Net als zoveel belangrijke thematiek is er ook hier sprake van een probleem dat door beide landen gezamenlijk gedragen dient te worden. In de media blijft het perspectief vaak hangen op het eigen land, terwijl de buren kampen met hetzelfde probleem.

Er is duidelijk sprake van een imagoprobleem aan beide kanten van de grens. Wellicht kunnen Nederland en Duitsland samen optrekken om het imagoprobleem en uiteindelijk het lerarentekort op euregionaal niveau of zelfs op Europees niveau op te lossen.

Annick Bakker is projectmedewerker bij het Rijnland Instituut en Lecturer German aan NHL Stenden.

 

 

 

 

 

X