Bij de invoering van de AOW (1957) hebben de Nederlandse politici destijds gekozen voor het Angelsaksische Beveridgemodel, waarbij elke inwoner een wettelijk ouderdomspensioen opbouwt. Kiezen voor het Duitse Bismarckmodel lag gezien de Duitse bezetting, niet voor de hand. In het Duitse Bismarckmodel bouwen alleen werknemers een wettelijk ouderdomspensioen (Altersrente 1898) op.

Vanuit het Duitse perspectief is het ondenkbaar dat men een wettelijk ouderdomspensioen (AOW) opbouwt zonder economisch actief te zijn. In Nederland bouwen inwoners die geen inkomen hebben, gratis AOW-pensioen op. Wie in Duitsland niet werkt, bouwt geen ouderdomspensioen (Altersrente of AOW-pensioen) op. Wel is er een uitzondering in Duitsland, namelijk de zogenaamde Mutterrente. Dat is een premievrij pensioen, dat men ontvangt voor de periode waarin men kinderen opvoedt (maximaal 3 jaar).

Een zeer wezenlijk verschil tussen de Nederlandse AOW en de Duitse Rente is de hoogte van het pensioen. In Nederland is de hoogte van het AOW-pensioen voor iedereen bedrag gelijk. De hoogte van de Duitse Rente is afhankelijk van het gemiddelde verdiende loon.

Een fundamenteel verschil is ook de betaling van de sociale premies voor het AOW-pensioen en de Duitse Altersrente. De Nederlandse AOW-premie wordt betaald door iedereen: Nederlandse werknemers betalen de AOW-premie volledig zelf. In Duitsland betalen werknemers én werkgever beiden de helft van de premies (Beiträge). Wat de hoogte van de Duitse rente betreft het volgende. In 2016 is men van plan om de Duitse Rente met 4% (!) te verhogen. In Nederland kan men blij zijn met 1%.

Tot slot het verschil in pensioenleeftijd. Nederland is het land van de ongebreidelde flexibiliteit. In tegenstelling tot Duitsland, alwaar men de Altersrente flexibel kan opnemen, kan men het AOW-pensioen slechts op één door de overheid vastgesteld moment aanvragen. Wanneer men op 01.01.1952 geboren is, dan kan men op 01.10.2017 (65 jaar + 9 maanden) zijn AOW-pensioen krijgen.

Er is een wereld van verschil tussen het Duitse en Nederlandse pensioenstelstel. Het is de vraag of beide wettelijke pensioenstelsels ooit geharmoniseerd worden. De beide stelsels zijn zo fundamenteel verschillend dat het antwoord waarschijnlijk ’nee’ zal zijn. Sociale stelsels zijn diep geworteld in het verleden en maken deel uit van een sterk nationaal bepaald solidariteitsgevoel.

Gelukkig slagen Nederland en Duitsland er wel in om beide sociale stelsels – in het belang van ’het vrij verkeer van werknemers’ – in Europees verband te overbruggen. Dit noemt men coördineren. Zo zal een inwoner van Duitsland, die in Nederland werkt, als niet-inwoner toch aanspraak maken op een Nederlands AOW-pensioen. Een inwoner van Nederland, die in Duitsland werkt, is als inwoner van Nederland niet meer verplicht verzekerd voor AOW. Hij bouwt immers Duits pensioen op. De Europese coördinatievoorschriften voorkomen dat er aan de grens pensioengaten ontstaan.

Ger EssersOver de auteur

Ger Essers is bestuurslid van de Deutsch-Niederländische Gesellschaft zu Aachen (www.dng-aachen.eu). Contact: ger.essers@dng-aachen.eu

X