Nederland en Duitsland versterken de migratiesamenwerking als goede buren en nauwe partners. In het eerste internationale bezoek van Bart van den Brink, minister van Asiel en Migratie, sprak hij met zijn Duitse collega af nog beter samen te werken op controles in het grensgebied en gezamenlijke terugkeerhubs.
Nederland maakt samen met Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland deel uit van een Europese kopgroep voor het opzetten van terugkeerhubs. De kopgroep heeft inmiddels onderlinge afspraken gemaakt over de verdere uitwerking hiervan. Dit moet nog dit jaar leiden tot concrete stappen. Nederland wil daarbij, samen met Duitsland, zo snel mogelijk in gesprek met landen waar mogelijk een terugkeerhub gerealiseerd kan worden door middel van gezamenlijke diplomatieke missies.
Voortrekkersrol
“Duitsland is een cruciale partner en goede buur. Samen staan we in Europa aan de lat voor een rechtvaardig en effectief asielbeleid — met lagere instroom, meer terugkeer en innovatieve oplossingen zoals terugkeerhubs”, aldus Van den Brink.
Alexander Dobrindt, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, vult aan: “Duitsland en Nederland lopen samen voorop in het migratiebeleid. Het is duidelijk: we willen minder irreguliere migratie en aanzienlijk meer terugkeer. Daarvoor zetten we in op duidelijke regels en nieuwe instrumenten zoals ‘return hubs’, zodat terugkeer consequenter kan worden uitgevoerd. Tegelijkertijd maken we onze landen veiliger. We werken nauwer samen, wisselen sneller informatie uit en versterken de grensoverschrijdende samenwerking tussen onze politiediensten.”
Samenwerking uitbreiden
Daarnaast onderzoeken Nederland en Duitsland hoe de samenwerking bij controles in het grensgebied versterkt kan worden. Zodat er effectief kan worden gehandhaafd en tegelijkertijd de impact op het grensverkeer wordt beperkt.
Voor een werkend Europees asielbeleid vinden beide landen een tijdige en volledige uitvoering van het Asiel- en Migratiepact cruciaal. Ook hierin blijven Nederland en Duitsland nauw samen optrekken; onder meer waar het gaat om de uitvoering van het solidariteitsmechanisme.
