Nederlanders zijn direct. Vaak zelfs erg direct. Ze zeggen luid en duidelijk waar het op staat en nemen soms zelfs tegenover leidinggevenden geen blad voor hun mond. Het maakt niet uit welk intercultureel onderzoek je erop naslaat, op dit punt zijn alle onderzoekers het met elkaar eens. Waarom dan een blog over iets wat eigenlijk iedereen allang weet? Nu, omdat de duivel zoals zo vaak in de details zit. In dit geval in de communicatieve details.

Taal is niet hetzelfde als communicatie

Wie een vreemde taal leert, kent het fenomeen. Eindelijk heb je de woordjes zo goed in je hoofd gestampt, dat je ze zelfs midden in de nacht – zonder met je slaperige ogen te knipperen – kunt opdreunen. Je kent alle grammaticaregels van binnen en van buiten en weet zelfs wanneer en hoe je ze correct moet toepassen. Je hebt de mooiste formuleringen bedacht en geoefend. En dan zegt een moedertaalspreker: “Klinkt goed, maar eh… zo zeggen we dat niet”. Dan zakt de moed toch met een reuzevaart in je schoenen!

Voor een succesvolle en effectieve communicatie is meer nodig dan alleen woordjes en grammatica. Wie zijn interculturele communicatie echt naar een hoger plan wil tillen, doet er goed aan om ook naar de achterliggende communicatiepatronen te kijken. En juist op dit punt zijn er duidelijke verschillen tussen Nederlanders en Duitsers.

Communicatie is cultuur

Communicatiepatronen zijn nauw verbonden met de cultuur waarin ze voorkomen. Als je daar onvoldoende rekening mee houdt, liggen misverstanden al gauw op de loer. Dat geldt vooral voor de mate van directheid tussen Nederlanders en Duitsers.

Stel, je zit op kantoor en het raam staat open. Je hebt het koud en zou het erg op prijs stellen als je collega – die naast het raam zit – het raam dicht zou doen. Hoe pak je dat als Nederlander aan?

De top 3 van Nederlandse vragen om het raam dicht te doen, ziet er als volgt uit:

  1. “Kun je het raam dicht doen?” – een duidelijke vraag die bij Duitsers op de tweede plaats staat. Daarmee houden de overeenkomsten meteen op.
  2. “Waarom staat het raam open?” – hier moet je als aangesprokene tussen de regels door lezen dat je geacht wordt het raam dicht te doen.
  3. “Koud hè?” – hier wordt het aan de aangesprokene overgelaten om de juiste conclusie te trekken en het raam dicht te doen.

De top 3 van Duitse vragen om het raam dicht te doen, ziet er als volgt uit:

  1. „Du solltest das Fenster zumachen.“ (“Je moet het raam dicht doen.”) – een duidelijk verzoek dat geen ruimte biedt voor discussies of andere interpretaties. De collega weet meteen wat hij of zij moet doen.
  2. „Kannst du das Fenster zumachen?“ (“Kun je het raam dicht doen?”) – ook hier is meteen duidelijk waar het om draait. Het verzoek is echter duidelijk minder ‘dwingend’ geformuleerd.
  3. „Mach (bitte) das Fenster zu.“ (“Doe (s.v.p.) het raam dicht.”) – een verzoek dat aan directheid niets te wensen overlaat.

Verzoek op verschillend niveau

De Nederlands-Duits communicatieverschillen in een notendop, zo kun je deze top 3 ook wel samenvatten. De Duitse voorkeur voor een expliciet verzoek met het karakter van een instructie wordt in het Nederlands zo niet gebruikt. En omgekeerd geven Nederlanders er de voorkeur aan om de gewenste actie (raam dicht doen) niet heel dwingend of zelfs indirect te communiceren en het aan de aangesproken persoon over te laten om de juiste conclusie te trekken en in actie te komen.

Veel Nederlanders vinden het onplezierig als iemand ze vertelt wat ze moeten doen, dat ervaren ze als een ‘bevel van boven’. Veel Duitsers vinden duidelijke aanwijzingen op zich juist wel prettig en verwachten dat ook van hun gesprekspartner. Indirecte vragen zijn ze niet gewend en – nog veel belangrijker – ze worden ook niet opgevat als een verzoek om in actie te komen. Met andere woorden: Nederlanders communiceren bij voorkeur relatiegericht, Duitsers bij voorkeur taakgericht.

Misverstanden voorgeprogrammeerd

Ga maar eens na, hoe vaak per dag vraag je iemand om iets te doen en hoe vaak stel je die vraag aan een Duitser? Zo vaak bestaat het risico van een misverstand of zelfs irritatie, omdat jouw Nederlands getinte vraag niet voldoet aan het Duitse communicatiepatroon.

Als je dus de volgende keer een vraag stelt aan je Duitse teamcollega of zakenrelatie, denk dan niet alleen aan de juiste woorden en grammaticaregels. Overweeg dan ook hoe indirect of direct je de vraag wilt formuleren.

 

Over de auteur

Ingeborg Lindhoud geeft interculturele trainingen en intercultureel advies. Ze heeft een eigen communicatiebureau symphony communication en is gespecialiseerd in interculturele communicatie tussen Nederlandse en Duitse zakenpartners. Ingeborg woont in Kleve.

 

 

 

X