Duits op de basisschool: “Vooral in een stad als Enschede is Duits belangrijk”

Duits op de basisschool: “Vooral in een stad als Enschede is Duits belangrijk”
Sven Koebrugge bij een kunstwerk dat is gemaakt tijdens het uitwisselingsproject. Het is te zien op het schoolplein aan de Daalweg in Enschede.

Op de basisschool al aan de slag met de Duitse taal? Dat kan heel goed, vertelt Sven Koebrugge, locatiedirecteur van de Prinseschool aan de Daalweg in Enschede. Op deze internationaal georiënteerde basisschool werken leerlingen uit groep 8 samen met Duitse leeftijdsgenoten van de Kreuzschule Heek aan verschillende projecten.

“Onze school is gericht op wereldburgerschap. Elk thema heeft internationale doelen. Vooral in een stad als Enschede is Duits belangrijk”, aldus Koebrugge. “Kijk maar eens naar een gemiddelde zaterdag in de stad: veel Duitse bezoekers. De grens raakt steeds meer vervaagd en dat geeft meer en meer kansen om over de grens te gaan. Door andere culturen te leren, worden kinderen later echte wereldburgers. En hoe mooi is het dat zoiets hier op 10 kilometer afstand kan.”

Hoe leren de kinderen Duits op de Prinseschool?

“Niet door in een klaslokaal taallessen volgen. Een taal leer je naar mijn idee in eerste instantie veel beter als de vreemde taal als middel wordt gebruikt en niet als doel op zich. Daarmee bedoel ik: niet woordjes stampen en naamvallen leren, maar de taal gebruiken om jezelf verstaanbaar te maken. Dat doen onze leerlingen samen met leerlingen van een middelbare school in Heek. Docenten van deze school hebben we ontmoet tijdens Die Tolle Woche in Enschede in 2017. Daar is een mooie samenwerking uit ontstaan.”

Wat houdt dat precies in?

“Een aantal kinderen uit groep 8 werkt samen met kinderen uit Heek aan vier projecten. Deze projecten gaan over de thema’s kunst, robotica, programmeren en natuurwetenschappen. Voor deze vier verschillende onderdelen gaan we ook echt op pad. We gaan naar een Duits bedrijf waar kinderen zien hoe programmeren werkt. En naar het Saxion naar het Legolab om meer te leren over robotica. Ook komt er een kunstenaar of kunstenares naar school om creatief met de kinderen aan de slag te gaan met kunst. Dit jaar hebben we ook een uitstapje gemaakt naar het natuurpark Zwillbrocker Venn.”

Hoeveel kinderen doen er mee? 

“15 leerlingen uit groep 8 kunnen meedoen aan het project. Om mee te mogen doen, ‘solliciteren’ de kinderen. Dit doen ze op de leukste manieren, bijvoorbeeld met een TikTok-filmpje. Hiervoor krijgen alle kinderen de kans. We krijgen per jaar rond de 40 à 50 aanmeldingen binnen. In totaal hebben we jaarlijks rond de 120 leerlingen in groep 8.”

Hoe pakken de kinderen de taal op?

“Je merkt dat de kinderen heel behulpzaam zijn naar elkaar en met elkaar. Als ze in opdrachten samenwerken, praten ze met elkaar in gebrekkig Nederlands of Duits, of ze gebruiken Google translate. Ze helpen elkaar dan ook echt en dat is mooi om te zien.”

Waarom doen de leerlingen van de Prinseschool mee aan dit project?

De kinderen die meedoen hebben verschillende motivaties. Lillith wilde graag meedoen omdat de uitwisseling haar leuk leek: “Ik was erg benieuwd naar de kinderen in Duitsland. Ik kan Duits wel verstaan, maar praten was moeilijk. Maar het is uiteindelijk gelukt.” De keuze om te solliciteren voor een plek was door Balian snel gemaakt: “Ik wil graag meer leren over robotica en programmeren. Deze onderdelen komen dit jaar nog. Ik heb er heel veel zin in”, vertelt hij. Leerling Stijn had via zijn zus gehoord over het project en wilde daarom zelf ook graag meedoen. Jade vond het kunstproject erg leuk: “Wij hebben kwartetkaarten met dieren gemaakt en de Duitse kinderen hebben een memory spel over de natuur gemaakt. Ik vond het erg leuk om elkaar te leren kennen.”

Dit interview vond plaats in het kader van het project Euregionale Doorlopende Leerlijn

X