De Duitsers beoordelen hun eigen financiële situatie in dit millennium rooskleuriger dan ooit tevoren. Volgens een onderzoek van het Sparkassenverband (de Duitse Vereniging van Spaarbanken, DSGV) is de tevredenheid onder de inwoners van de deelstaat Hessen het hoogst.

Politiek gezien mag de Bondsrepubliek dan misschien in een crisis verkeren, maar economisch gezien hebben de meeste Duitsers het beter dan ooit tevoren. Van de economie die al jaren bloeit, profiteert ten slotte niet alleen het bedrijfsleven, maar ook de bevolking. Dat blijkt tenminste uit recente cijfers uit de ‘Vermogensbarometer’ die het Sparkassenverband onlangs in Berlijn presenteerde. Volgens de enquête beoordeelt 63 procent van de respondenten zijn financiële situatie als “goed” of “zeer goed”. Slechts 8 procent beoordeelt hun eigen situatie als “slecht” of “vrij slecht”.

Meer tevredenheid dan in voorgaande jaren

Voor het representatieve onderzoek liet de DSGV marktonderzoeksbureau Kantar Added Value 2738 mensen interviewen. Uit een vergelijking met cijfers van voorgaande jaren blijkt dat de stemming sinds het begin van het onderzoek in 2001 nog nooit zo goed is geweest als in 2018. Aan het begin van de 21e eeuw beschreef slechts 40 procent van de respondenten hun situatie als “goed” of “zeer goed”. 18 procent van de respondenten gaf toen aan niet tevreden te zijn.

Verschillen tussen deelstaten

Er zijn echter duidelijke verschillen tussen de deelstaten. Volgens het onderzoek beschreef 72 procent van de respondenten in Hessen zijn situatie als “goed” of “zeer goed”, terwijl dat in Brandenburg slechts 50 procent was. In de westelijke deelstaten is de tevredenheid het laagst in Baden-Württemberg en Hamburg.

Politieke ontevredenheid

Het over het geheel genomen positieve resultaat staat in schril contrast met de grote politieke ontevredenheid van een deel van de bevolking. Ook de lage rente lijkt nauwelijks van invloed te zijn geweest op de financiële tevredenheid van de bevolking. Hoewel meer dan 50 procent van de respondenten de afgelopen jaren de lage rente hun grootste zorg met het oog op het spaargeld noemde, is dit percentage inmiddels gedaald tot 32 procent. De zorgen over de politieke situatie zijn echter flink toegenomen: voor tien procent is dat nu de reden om bezorgd te zijn over spaargeld. Hoe hoger het inkomen en het vermogen van de respondenten, hoe groter de bezorgdheid over het spaargeld. Geen wonder: mensen met een laag inkomen en een klein vermogen hoeven zich minder zorgen te maken over de lage rente.

Lees het volledige artikel (in het Duits) bij Der Spiegel.