Elk bedrijf wil uiteraard dat de klant bij hem zijn product koopt – en niet bij de concurrent. Daarom worden er vaak allerlei uitspraken over de concurrentie gedaan. Uit een recente uitspraak van het Landgericht Hamburg blijkt echter dat bedrijven in Duitsland hierbij goed moeten opletten: ook uitspraken over een concurrent die gebaseerd zijn op feiten, maar die een bedrijf wel schade kunnen toebrengen, zijn slechts beperkt toelaatbaar. Dat meldt STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater uit Kleve.

Wat is er gebeurd?

Een aanbieder van een keurmerk voor bio-mineraalwater had over zijn concurrent onder andere beweerd dat zijn keurmerk een schijn-biokeurmerk is. De concurrent spande succesvol een rechtszaak aan tegen deze aanbieder. De aanbieder moest stoppen met de uitlatingen, schadevergoeding betalen, informatie verschaffen omtrent de omvang van de uitlatingen en de sommatiekosten vergoeden.

Juridische achtergrond

De toelaatbaarheid van schadelijke uitlatingen over concurrenten wordt geregeld door het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb (wet tegen oneerlijke concurrentie). Volgens deze wet zijn enerzijds feitelijke beweringen die niet aantoonbaar waar zijn, ontoelaatbaar. De bewijslast ten aanzien van de waarheid ligt bij de persoon die de uitlatingen heeft gedaan. Anderzijds zijn verklaringen die een bedrijf schade toebrengen ook ontoelaatbaar als ze de concurrent of zijn product in diskrediet brengen. Het bijzondere hier is dat de concurrent niet alleen in diskrediet gebracht kan worden door waardeoordelen of onjuiste feitelijke beweringen, maar ook door beweringen die op feiten berusten.

Volgens de Duitse rechtspraak zijn ware beweringen die schadelijk zijn voor een concurrent alleen toegestaan wanneer het handelsverkeer een gerechtvaardigd belang heeft bij deze informatie. Bovendien moet degene die de uitlatingen doet voldoende aanleiding hebben om de verklaring te associëren met zijn eigen concurrentie. Ten slotte moet voor een formulering worden gekozen die zo objectief en terughoudend mogelijk is.

‘Schijn’ doet denken aan misleiding en bedrog

Het Landgericht Hamburg vond dat aan deze eisen niet was voldaan bij de aanduiding ‘schijnkeurmerk’. Zelfs wanneer het kwaliteitskeurmerk van de eiser inderdaad niet aan de voorwaarden van een biokeurmerk zou hebben voldaan, is het gebruik van het woord ‘schijn’ ontoelaatbaar. Het doet namelijk denken aan misleiding en bedrog. De aanbieder had voor een terughoudendere formulering moeten kiezen.

Voorzichtigheid bij uitlatingen over concurrenten

Uit het vonnis blijkt eens te meer dat bedrijven uiterst terughoudend moeten zijn bij publieke uitlatingen over een concurrent. Dit geldt dus ook wanneer zij van opvatting zijn dat de uitlatingen juist zijn.

X