Houtoogst werkzaamheden in bos en landschap vragen om vakmanschap. Is de houtoogst beter bij de buren geregeld? Deze vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst Houtoogsten” die op 6 juli 2017 plaatsvond in en rond de Wasserburg Anholt.

De organisatie van de bijeenkomst was in handen van IPC Groene Ruimte uit Arnhem en Forstliches Bildungszentrum für Waldarbeit und Forsttechnik NRW uit Arnsberg (D). Beide organisaties werken samen in het Europese programma INTERREG Deutschland-Nederland onder de naam “Kwalificatienormen bosbouw en landschapsbeheer”.

Bosbezitters, bosaannemers, landgoedeigenaren, opleidingsinstituten, Arbo-instanties en brancheorganisaties hadden zich voor deze interessante bijeenkomst aangemeld. De dag begon met een welkomstwoord door Joachim Kaufmann, namens het Regionale INTERREG Programmamanagement bij de Euregio Rijn-Waal verantwoordelijk voor de begeleiding van het project. Vervolgens werden de resultaten gepresenteerd van de enquête onder bedrijven en beheersinstanties naar verschillen en overeenkomsten tussen houtoogst, opleiding, werkvoorbereiding, werkmethodieken en werktechnieken. Na de lunch konden de deelnemers deze inzichten direct in de praktijk toetsen tijdens een workshop in het bos. De deelnemers gingen met nieuwe inzichten en kennis over houtoogst, nieuwe contacten en mogelijk zelfs nieuwe opdrachten rond 17.00 uur weer huiswaarts.

Nieuw Europees certificaat voor bosbouw en hoveniersbedrijven

Binnen het project “Kwalificatienormen bosbouw en landschapsbeheer” ontwikkelen IPC Groene Ruimte BV uit Arnhem de komende drie jaar in samenwerking met Landesbetrieb Wald und Holz, Regional Forstamt Niederrhein (lead partner) en Landes Betrieb Wald und Holz, Forstliches Bildungszentrum für Waldarbeit und Forsttechniek NRW een Nederlands-Duits opleidingsprogramma voor mensen die werkzaam zijn in de bos- en tuinbouw en voor hoveniersbedrijven. In de Euregio Rijn-Waal zijn ca. 2000 bedrijven in deze sector actief. Samen hebben zij ca. 10.000 werknemers in dienst. Veel van deze bedrijven hebben ook klanten over de grens. Een in beide landen erkend certificaat maakt het makkelijker om opdrachten over de grens aan te nemen. De projectpartners ontwikkelen daarom een tweetalig digitaal zelfstudieprogramma, dat opleidt tot het Europese kettingzaagcertificaat. Daarnaast wordt tijdens de driejarige looptijd van het project onderzocht, voor welke overige werkterreinen grensoverschrijdende certificaten eveneens vereist of gewenst zijn. Denk bijvoorbeeld aan het werken met bosbouwmachines als harvesters en forwarders. Het lesmateriaal wordt aan de European Forestry and Environmental Skills Council ter beschikking gesteld. Dit is de pan-Europese organisatie voor motorzaagcertificaten, zodat ook de andere landen hiervan gebruik kunnen maken.