Het zaadje werd ooit, in 1974, op Duitse voetbalvelden uitgestrooid. Het Nederlands elftal showde een staaltje voetbal zoals de wereld dat nog nooit had gezien. Onder leiding van Rinus Michels werd met dit totaalvoetbal de finale gehaald. Het resultaat kennen we allemaal: het superieur geachte Nederland verloor van het gastland. De burenruzie was geboren.

Confrontaties tussen Nederlandse en Duitse clubs/vertegenwoordigende elftallen zijn vooral een botsing van twee verschillende culturen. Speelsheid, individuele techniek en creativiteit tegenover loopvermogen, kracht en discipline. Waar Nederlandse jongens op pleintjes en trapveldjes hun vaardigheden ontwikkelen, werken hun Duitse tegenhangers vooral aan het opbouwen van conditie en power. En dat alles binnen een ijzersterke discipline. Wee degene die erbuiten durft te lopen.

Nederlandse en Duitse fans gaan prat op deze waarden, die ze bijna altijd tot mythische proporties verheffen. Nederlanders vinden hun manier van voetballen superieur aan die van de Duitsers. Toch duurde het tot het EK van 1988 voordat dat (misplaatste) gevoel van onoverwinnelijkheid werd omgezet in een trofee. En wat was het jammer dat die finale niet tegen de aartsrivaal werd gespeeld. Die werd al in de halve finale naar huis gestuurd.

Verder dan die ene bokaal is Oranje echter niet gekomen, terwijl Duitsland drie keer Europees kampioen en vier keer wereldkampioen werd. Ook op clubniveau leggen de Nederlandse clubs het af: zes maal werd de Europacup 1/Champions League gewonnen, vier maal de UEFA Cup en eenmaal de niet meer bestaande Europacup 2 voor bekerwinnaars. Onze oosterburen doen het ook hier veel beter: respectievelijk 7, 6 en 5 (de beker van het Oostduitse 1. FC Magdeburg van 1974 reken ik voor het gemak mee).

Deze week laait de vete weer op nu Ajax en Schalke ‘04 tegen elkaar uitkomen in de kwartfinales om de Europa League. De Amsterdammers hebben na jaren van Europese malaise weer de vorm te pakken die veel Nederlandse voetbalharten sneller doet kloppen. En het geplaagde Schalke ‘04 is de ideale tegenstander! In Amsterdam kregen de blauw-witten uit Gelsenkirchen gedurende het grootste deel van de wedstrijd alle hoeken van het veld te zien. Het Ajax-publiek zag haar superioriteitsgevoel op het veld bevestigd. Maar één fenomeen blijft hardnekkig voortbestaan: je hebt pas van een Duitse club gewonnen als het allerlaatste fluitsignaal heeft geklonken. Morgen, 20 april 2017, weten we het.

 

Over de auteur

Harold Broedelet, est. 1963, voelt zich Nederlander, maar vindt Duitsland een erg gaaf land. Heeft zijn grenzen bewogen en zoekt nu ook bij de oosterburen naar werk. Is gelovig, maar gelooft vooral in Feyenoord. Heeft een vrolijke, positieve inslag. “Van blije mensen word ik blij,” is zijn levenshouding. Social media: Linkedin