Lastige klussen zo lang mogelijk uitstellen

Als Duitsers tijdens projecten lastige zaken tegenkomen, laten ze deze het liefst zo lang mogelijk liggen. Duitsers steken hun energie liever eerst in makkelijke taken, om risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten. Zaken, die voor obstakels zouden kunnen zorgen, stellen ze zo lang mogelijk uit (dat kan later, zo nodig, nog ter sprake komen). Bij Nederlandse projectpartners ontstaat hierdoor een gevoel van ‘salamitactiek’.

Zoveel mogelijk meteen aanpakken

Deuren openen zonder grenzen te stellen, zo gaan Nederlanders vaak te werk. Al in de beginfase worden mogelijke problemen zeer open tegemoet getreden. “Maak het bespreekbaar”, zo luidt het motto. Houd niets achter, maar leg meteen alle kaarten open op tafel. Of heb je wat te verbergen? En omdat Nederlanders wat flexibeler met chaotische taferelen kunnen omgaan, wordt ook alvast datgene besproken, wat op het eerste gezicht niet direct te rijmen valt. Uiteindelijk dient dit het grotere geheel. Bij de Duitse aanpak zijn thema’s en content duidelijker afgebakend, zaken vloeien minder snel in elkaar over. De gedachte hierachter: grenzen zorgen voor orde. En orde geeft zekerheid.

Duitsers daarentegen krijgen als ze zakendoen met Nederlanders vaak het idee dat Nederlanders liever zaken “onder het tapijt vegen”. Aan het begin worden alle kaarten open op tafel gelegd, om transparantie te creëren en vertrouwen bij de zakenpartner te wekken. Maar als deze kaarten niet worden gebruikt om zakelijk succes te boeken of te versnellen, dan worden deze net zo goed meteen weer van tafel geveegd. Dit leidt natuurlijk tot de bekende interculturele irritaties, die ergernis oproepen bij de zakenpartner en het verloop van het project onnodig vertragen. Duitsers denken dan al snel: “Aha, er wordt iets in de doofpot gestopt.” Nederlanders denken dan al snel “Aha, die hebben iets te verbergen.” Dit maakt het natuurlijk lastig om een vertrouwensband met zakenpartners op te bouwen.

Emotie vs. feiten

Duitsers houden dingen achter en leggen stukje bij beetje hun kaarten op tafel. Nederlanders spelen direct open kaart (met de nodige emoties en verve), maar komen er vaak later niet meer op terug (“we hebben het immers al besproken, daarmee is de kous af”). De oplossing van het ‘probleem’ an sich heeft geen prioriteit.

Duitsers verplichten zich in eerste instantie tot de noodzakelijke werkzaamheden, dan pas tot de partner. Partners kunnen gedurende het project immers veranderen. Nederlanders committeren zich in eerste instantie aan de zakenpartners, daarna pas aan de zaak zelf (persoonlijke relaties gaan voor business). In Duits opzicht zijn losse eindjes in het project zeer storend, hier moet dan ook een oplossing voor gevonden worden.

Zoals gebruikelijk ligt de waarheid in het midden. Door kennis te nemen van de verschillende benaderingen en de juiste te vragen te stellen, kunnen deze drempels snel uit de weg worden geruimd. Duitsers zouden bijvoorbeeld zakenpartners al in een vroeg stadium bij het project kunnen betrekken, en niet puur als uitvoerenden of deelnemers aan een project beschouwen.

Tip voor Nederlanders:

  • De feiten duidelijk op tafel leggen, risico’s erkennen en inzichtelijk maken wanneer deze worden besproken en wat het beoogde resultaat is.

Tip voor Duitsers:

  • Maak processen transparant, verleg het accent van WAT naar WIE.

 

Over de auteur

Katja Schleicher geeft interculturele communicatie- en mediatrainingen. Ze voelt zich Europees, heeft twee paspoorten en geeft les in drie talen.
Bezoek haar informatiesessie op de Duitslanddag op 17 april 2018 in Utrecht: http://duitslanddag.nl/events/10-tips-voor-succes/


 

X