De uitvoering van een INTERREG-project gaat in sommige gevallen gepaard met hoge eisen aan de administratie en de bewijsstukken. Er moet immers worden gewaarborgd dat het belastinggeld aan bijvoorbeeld mini-projecten correct wordt besteed. Het grensoverschrijdende karakter zorgt er daarnaast soms voor dat Duitse, Nederlandse en Europese regelingen parallel gelden.

De partners van het programma (de betreffende ministeries, provincies en Euregio’s) zetten zich er samen met de EU-Commissie voor in om de administratieve lasten voor begunstigden te verkleinen. Zo kunnen personeelskosten bijvoorbeeld al met behulp van standaardtarieven worden afgerekend. Met de vereenvoudiging voor mini-projecten is nu een volgende stap richting minder bureaucratie gezet.

Geen originele bewijsstukken meer nodig

Vanaf nu hoeven aanvragers van de zogenoemde „mini-projecten“ (projecten met een subsidie van maximaal € 1.000) bij de declaratie van kosten geen originele bewijsstukken meer in te dienen. Voortaan is een kopie of een scan van de stukken voldoende. De originelen blijven in de eigen administratie van de projectpartners en moeten alleen nog op aanvraag (bijv. bij een EU-controle) kunnen worden getoond. Bij de mini-projecten gaat het bijvoorbeeld om uitwisselingen tussen scholen of verenigingen. De kosten van de activiteit worden voor de helft gesubsidieerd, tot maximaal €1.000 euro. De Nederlands-Duitse opzet van het project is daarbij een voorwaarde. De nieuwe regeling is het resultaat van onderhandelingen tussen de partners en de controle-instanties van het programma.