Theatermaker Johan Simons ontving op 20 juni uit handen van Wim Kok de Otto von der Gablentz-prijs. Hij ontving deze prijs voor zijn verbindende bijdrage aan de Duits-Nederlandse betrekkingen binnen de theaterwereld. Volgens Simons is de positie van het theater in Duitsland veel sterker dan in Nederland.

De Otto von der Gablentz-prijs is een tweejaarlijkse onderscheiding voor een persoon die zich heeft ingezet voor het bevorderen van de goede betrekking tussen Duitsland en Nederland of voor een verenigd Europa. Regisseur Johan Simons werkt veel in Duitsland met Nederlandse acteurs. Op het moment stelt hij een nieuw ensemble samen, het Schauspielhaus Bochum, dat hij vanaf 2018 als intendant gaat leiden. Hij zoekt nieuwe acteurs bij elkaar, en hier zitten ook enkele Nederlandse acteurs bij, zoals Pierre Bokma. Nederlandse acteurs die in Duitse stukken gaan spelen, krijgen vooraf extra taalles, speciaal voor acteurs. Daarin gaat het vooral om intonatie, uitspraak en accenten.

Volgens Simons verkeert het Nederlandse theater in ademnood. Hij ziet weinig Nederlandse producties op buitenlandse festivals. In Nederland heeft het theater te maken met een enorme bureaucratische rompslomp. Theatergroepen moeten aan allerlei criteria voldoen, zoals hoeveel publiek ze denken te trekken en welke doelgroepen ze bedienen. Een commissie velt iedere vier jaar een oordeel op basis van deze criteria. Simons: “Als je voortdurend aan allerlei voorwaarden moet voldoen, wordt de ruimte voor creativiteit beperkt. In Duitsland krijgen theaters ook criteria opgelegd, maar die zijn minder inhoudelijk.”

Simons ziet nog meer verschillen tussen de theaterwereld in Nederland en Duitsland. In Duitsland heb je het repertoiresysteem: een theatergezelschap blijft in z’n eigen stad en heeft meerdere stukken op het repertoire die afwisselend, vaak jarenlang, worden opgevoerd. Hierdoor hebben steden een hele hechte band met hun theater. Nederland kent het reissysteem: een theatergroep speelt enkele voorstellingen in de eigen stad en reist daarna rond met deze voorstelling.

De regisseur ziet ook dat de positie van kunst in Duitsland veel sterker is dan in Nederland. Op Duitse scholen wordt nog muziek- en theaterles gegeven, op Nederlandse scholen nauwelijks meer. “Nederlandse jongeren weten helemaal niks van theater, ze kunnen niet een bekende acteur noemen.” Daarom geeft Simons samen met zijn vrouw, actrice Elsie de Brauw, theaterles op basisscholen.

Lees het hele interview met Johan Simons bij het Duitsland Instituut.