Een goede buur is beter dan een verre vriend. Dit geldt zeker voor Nederland en Duitsland, twee landen met een lange geschiedenis van nauwe samenwerking, maar ook van mentaliteitsverschillen en andere culturele overtuigingen. Intercultureel Trainer Ingeborg Lindhoud gaat op zoek naar de meest kenmerkende verschillen en de wortels ervan. In deze derde aflevering: doe maar gewoon…

“Eigenlijk was het best wel leuk. Na een gezellig onderonsje met een kopje koffie en een koekje was het tijd voor een hapje en een drankje. Een kommetje soep ging er daarna wel in voordat we een dansje waagden op de dansvloer. Weliswaar was de bediening niet om over naar huis te schrijven en werd het een latertje, al met al was het toch een aardig avondje uit.”

Understatement en verkleinwoorden

Wie ooit heeft geprobeerd om een dergelijk ‘stukje’ tekst in het Duits te vertalen, heeft vermoedelijk al snel met de handen in het haar gezeten. Want Nederlanders zijn meesters in understatement en verkleinwoorden. Je kunt het zo gek niet bedenken, of je kunt er ‘-tje’ achter zetten. En anders wordt er wel een understatement van gemaakt, want van stelligheid worden Nederlanders over het algemeen niet zo blij.

In eigen land levert dit taalgebruik geen al te grote problemen op – Nederlanders zijn eraan gewend en lezen heus wel tussen de regels door dat iets dat geen schoonheidsprijs verdient gewoon een beroerde prestatie is. Mensen uit culturen waarin indirect wordt gecommuniceerd, vinden Nederlanders zelfs vaak nog heel direct, omdat ze zelf nog verbloemder spreken. Dit geldt echter niet voor de meeste Duitsers. Aan de ene kant vinden ze al die verkleinwoorden en understatements ‘grappig’ en ‘schattig’, maar dat geldt hooguit voor de privésfeer. Zakelijk hebben ze heel andere verwachtingen aan het taalgebruik: dat moet het liefst helder en duidelijk zijn, formeel en stelliger dan Nederlandse oren gewend zijn. Een zakenpartner die van zichzelf beweert dat hij ‘er best wel een beetje verstand van heeft’? Geen denken aan, dat kan niet serieus zijn!

Doe maar gewoon…

In Nederland bestaat er nauwelijks een retorische traditie. Retoriek heeft iets aanstellerigs en is in strijd met de calvinistische lijfspreuk ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Zelfs in ontkerkelijkte tijden is ‘Normaal doen de norm die we moeten uitdragen’, aldus minister-president Rutte in de aanloop naar de afgelopen verkiezingen. En dus zijn Nederlanders wars van verheven taalgebruik, hechten ze niet zo veel waarde aan titulatuur en laten ze zich minder snel voorstaan op afkomst, opleiding of status dan in veel andere culturen gebruikelijk. Is het immers niet zo dat voor God alle mensen gelijk zijn? Van dit calvinistische principe is de Nederlandse samenleving al eeuwenlang diep doordrongen. Hierdoor maakt Nederland een egalitaire indruk en is er een losse omgangstoon die erop gericht is het met elkaar gezellig en harmonieus te houden – de talrijke verkleinwoorden en understatements passen perfect in dit plaatje. In veel andere culturen, waaronder de Duitse, is het juist belangrijk om te laten zien wie je bent en wat je hebt bereikt: niet door ‘Jip-en-Janneke-taal’, maar door taalgebruik dat past bij de maatschappelijke status, door titels en kleding of andere statussymbolen. Anders gezegd: wie vriendelijk is, zal wel geen macht hebben en een losse omgangstoon getuigt vooral van slechte manieren.

Masculien en feminien

De bekende Nederlandse organisatiepsycholoog en interculturalist Geert Hofstede gebruikt voor dit verschil de begrippen ‘masculien’ en ‘feminien’. In culturen met veel masculiene, mannelijke waarden is het onder meer belangrijk om competitief, assertief en ambitieus te zijn, terwijl landen met veel feminiene, vrouwelijke waarden streven naar bescheidenheid, dienstbaarheid en harmonie. Persoonlijk vind ik de begrippen ‘masculien’ en ‘feminien’ echter niet erg gelukkig en zou ik ze liever willen vervangen door ‘prestatiegericht’ en ‘relatiegericht’. Afgezien daarvan zeggen dergelijke etiketten niet veel over hoe dergelijke verschillen zijn ontstaan en waarom culturen zich in een bepaalde richting hebben ontwikkeld – een van de punten van kritiek op het werk van Hofstede.

Advies voor Duitsers

Houd er rekening mee dat veel Nederlanders graag verkleinwoorden, understatement en zelfspot gebruiken. Dit is geen gebrek aan kennis of professionaliteit, maar eenvoudig een andere manier van communiceren die inherent is aan de egalitaire Nederlandse samenleving en het streven naar harmonie en gezelligheid.

Advies voor Nederlanders

Bij een professionele houding hoort in Duitsland ook een ander taalgebruik dat is aangepast aan de maatschappelijke status. Gebruik minder verkleinwoorden, eufemismen of zelfspot, maar wees duidelijker en stelliger in optreden en woordkeus dan in Nederland.

Over de auteur

Ingeborg Lindhoud geeft interculturele trainingen en intercultureel advies. Ze heeft een eigen communicatiebureau symphony communication en is gespecialiseerd in interculturele communicatie tussen Nederlandse en Duitse zakenpartners. Ingeborg woont in Kleve.