Na de zomer nemen tien Nederlandse en tien Duitse middelbare scholen deel aan een uitwisselingsproject, om meer te leren over elkaars taal en cultuur. De uitwisselingen zijn onderdeel van het project ‘Nachbarsprache & Buurcultuur’ van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universität Duisburg-Essen. Prof. Dr. Paul Sars is projectleider in Nijmegen en vertelt waarom het zo belangrijk is dat Nederlandse en Duitse scholieren elkaar beter leren kennen.

Prof. dr. Paul Sars

“De leerlingen nemen deel aan gemeenschappelijke lessen, projecten en excursies. Je leert dan niet alleen over elkaar, maar ook mét elkaar. En dat laatste is dubbel interessant.” Aan het woord is prof. dr. Paul Sars, hoogleraar Duitse Taal en Cultuur en Nederland-Duitsland-Studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Samen met de Universität Duisburg-Essen is de RU Nijmegen verantwoordelijk voor het INTERREG-project ‘Nachbarsprache & Buurcultuur’, waarin Nederlandse middelbare scholieren op bezoek gaan bij Duitse scholen en andersom. Ook de Euregio Rijn-Waal, de provincie Gelderland, de deelstaat NRW, de Taalunie en de Europese Unie zijn bij het project betrokken. Al deze partijen willen grensoverschrijdende samenwerking versterken, zodat jongeren een nog betere toekomst hebben in de Nederlands-Duitse grensregio.

Internationale expeditie

Volgens Sars is de kennismaking met scholen in het buurland de eerste echte internationale expeditie voor scholieren, omdat ze intensief met buurlandleerlingen moeten samenwerken. Hij legt uit: “Bij onze kennismaking met het buurland gaat het niet om een exotische vakantietrip, maar om de leerervaring. Scholieren komen erachter dat de buren, die erg op ons lijken, toch heel anders zijn dan ze denken. De onbeholpenheid die hierbij komt kijken, is de eerste les die scholieren ervaren om zich later vrij te kunnen bewegen in ons euregionale leefgebied.” De docenten van de deelnemende scholen bereiden de uitwisseling intensief voor met hun leerlingen. Ook het team van wetenschappers en universitaire studenten biedt ondersteuning, o.a. in de vorm van lesmateriaal en het maken van reportages samen met de leerlingen.

Een gemütliche afsluiting

Doordat het programma wordt afgestemd op de specifieke wensen van de scholen, docenten en leerlingen, ziet elke uitwisseling er weer anders uit. Op sommige scholen krijgen de leerlingen gezamenlijk les in geschiedenis, Nederlands/Duits of sport, of ze doen samen mee aan een excursie of spelletjesmiddag. “De leerlingen merken al gauw de verschillen: de schoolgebouwen zien er anders uit, de schoolboeken zijn anders ingedeeld, de gymleraar gaat anders te werk… Op die manier wordt een gezamenlijke les een avontuur op zich, omdat je ziet dat alles ‘gekleurd’ is”, vertelt Sars. Elke uitwisseling wordt afgesloten met een gezellige barbecue of spelletjesmiddag. Tijdens de eerste uitwisseling in juni verrasten de leerlingen van OBC Huissen hun Duitse gasten van de Europaschule uit Lintfort met een gezamenlijke barbecue. “Maar zelfs dan valt er nog wat te leren, omdat ‘wij’ toch net even anders grillen dan ‘zij’.”

Een aardig woordje Duits

Sars hoopt dat het leren kennen van een verwante cultuur voor de leerlingen niet alleen een spannende expeditie naar de ander is, maar ook een verkenning van zichzelf. “Het is goed dat mensen die in een euregiogebied wonen, het buurland niet als grens maar als gemeenschappelijk leefgebied leren zien. Hierdoor vormt zich de behoefte om je tegenover de ander verstaanbaar te willen maken, waardoor je ook je blik verruimt. Je verkent als scholier dus al je toekomstmogelijkheden.” Spreken de Nederlandse scholieren eigenlijk al een aardig woordje Duits? “Sommige leerlingen proberen met handen en voeten in de buurtaal te communiceren, anderen stappen snel over naar het Engels. Feit is wel dat leerlingen graag elkaars taal en cultuur willen leren. Het gaat dus niet om het spreken van een aardig woordje Duits, maar om de eerste communicatie die tot een aardig woordje Duits kan leiden.”

 

X